Portret / studio fotografie
Hoe maak je met één lichtbron een professioneel portret? Ik laat je stap voor stap zien hoe ik deze studioshoot aanpak
RAW of JPG? Ik leg je uit waarom ik bijna altijd RAW gebruik en hoe jij er ook meer uit kunt halen.
Mijn antwoord is meestal vrij duidelijk: RAW, absoluut. Maar – en dat is belangrijk – er zijn uitzonderingen. In deze blog leg ik je uit waarom ik bijna altijd voor RAW kies, wat het verschil is tussen RAW en JPG én geef ik praktische tips om het maximale uit je beelden te halen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert.
JPG (of JPEG) is een gecomprimeerd bestandsformaat. Je camera doet dan al veel denkwerk voor je: kleuren, contrast, verscherping en witbalans worden automatisch toegepast. Het resultaat is een kant-en-klaar bestand dat weinig ruimte inneemt en direct te gebruiken is.
RAW is precies het tegenovergestelde. Het is een ‘rauw’ bestand waarin alle originele beeldinformatie van je sensor is opgeslagen – zonder bewerkingen. Je camera doet dus (vrijwel) niets aan het beeld. Dat betekent: meer vrijheid, maar ook meer werk.
Ik bewerk mijn foto’s standaard in Lightroom Classic of Photoshop – en dat is precies waar RAW echt tot zijn recht komt. Vooral bij portretten en macrofotografie, waar ik fijn wil kunnen spelen met licht, contrast en kleur, biedt RAW mij véél meer controle. Je kunt onder andere:
💡 Tip: Gebruik in Lightroom de schuifregelaars voor ‘belichting’, ‘hooglichten’ en ‘schaduwen’ om een over- of onderbelichte foto te redden. Bij JPG gaat dat vaak niet zonder kwaliteitsverlies.

Een JPG maakt keuzes voor jou: hoe verzadigd de kleuren zijn, welke witbalans wordt toegepast, en hoeveel contrast er in de foto zit. Maar ik wil die keuzes zélf maken. RAW geeft me de vrijheid om iedere foto aan te passen aan de sfeer die ik voor ogen heb.
Voorbeeld: Bij zonsopkomst wil ik soms de koele ochtendtinten extra benadrukken. Met RAW lukt dat prima, zonder dat de kwaliteit achteruitgaat.

Hoewel ik 95% van de tijd RAW gebruik, zijn er momenten waarop JPG gewoon praktischer is:
Bij evenementen of familiefoto’s die ik niet wil bewerken, kies ik soms voor JPG. Je hoeft niets te importeren of bewerken – het is echt plug & play.
RAW-bestanden zijn groot. Zeker als ik een dag lang op pad ben en honderden foto’s maak, loopt de opslag snel vol. JPG is dan zuiniger. Een gemiddelde RAW is zo’n 40 MB, een JPG vaak maar 8 MB.
Soms maak ik een foto die meteen goed voelt: perfecte belichting, mooie kleuren, niets meer aan doen. In die gevallen is JPG prima – al gebeurt dat zelden 😉
💡 Tip: Gebruik slimme verzamelingen of mappen in Lightroom om RAW- en JPG-bestanden overzichtelijk gescheiden te houden. En: bewaar je RAW-bestanden altijd – je weet nooit wanneer je ze later nodig hebt.
Dat hangt af van wat jij met je foto’s wilt doen.
📱 Wil je snel iets op social media delen of werk je liever niet met bewerkingssoftware? Dan is JPG prima.
🎨 Wil je maximale controle, meer details en flexibiliteit in nabewerking? Dan is RAW de betere keuze.
Mijn advies?
📷 Schiet in RAW als je het beste uit je foto’s wilt halen.
Twijfel je? Veel camera’s bieden de optie om RAW + JPG tegelijk op te slaan. Zo kun je het beste van beide werelden combineren – ideaal voor onderweg.
Heb je vragen over mijn workflow, Lightroom-presets of hoe jij het beste kunt beginnen met RAW? Laat het me weten – ik help je graag op weg!
Reacties
2 reacties
Deel wat je opviel, wat je hebt geleerd of wat jij zelf zou willen proberen.
Duidelijk uitgelegd Mark! 👍