Even laden…
0%
Foto’s en content worden klaargezet
Portret / studio fotografie
Terug

Portret / studio fotografie

  • 17 jan 2026
  • Leestijd: 9 minuten
  • Auteur: Mark Mooibroek
Portret / studio fotografie

Hoe maak je met één lichtbron een professioneel portret? Ik laat je stap voor stap zien hoe ik deze studioshoot aanpak

Portret / studio fotografie – zo bouw ik mijn shoot op (en hoe jij dat ook kunt)

“Hoe krijg jij zo’n rustig, professioneel portret met zo’n mooie achtergrond?”

Studiofotografie klinkt voor veel mensen meteen als: ingewikkeld, veel spullen, veel instellingen, en vooral… heel veel gedoe. Maar eerlijk? Het hoeft echt niet zo groot te zijn. Deze shoot was juist zo leuk omdat het heel “klein” begon: een zwarte achtergrond, één flitser met softbox, een reflector gewoon in de woonkamer.

Dit was een persoonlijke shoot, wat het extra bijzonder maakt. Je wilt dan niet alleen een mooi portret, maar ook een ontspannen setting waarin alles klopt. In deze blog neem ik je mee alsof je naast me staat in de "studio": wat ik opbouw, waarom ik dat zo doe en waar ik op let voordat ik afdruk.

Daniek

De basis van mijn set-up (simpel, maar super effectief)

Dit is de apparatuur die ik bij deze shoot gebruikt heb:

  • Canon EOS R5 + RF 70-200mm f/2.8L
  • Godox Speedlite TT685 II + Godox X Pro-C II transmitter
  • Godox 60x60 softbox
  • Godox 5-in-1 reflector (110cm)
  • Westcott 570X X-Drop backdrop stand (5’ x 12’)
  • Peak Design Travel Tripod
  • MacBook Pro 16" (tethered) + USB-C 4.0 kabel (3m)
  • Lightroom Classic (voor tethered shooting / beoordeling)

Wat ik hier zo fijn aan vind: dit is geen enorme studio-opstelling met 3 lampen en moeilijke schema’s. Dit is één lichtbron, goed geplaatst. En dat is precies waar je zó veel mee kunt leren.


Stap 1: achtergrond – hoe maak je ’m echt zwart (ook als het eigenlijk niet 100% donker is)?

Een zwarte achtergrond lijkt simpel: doek ophangen, klaar. Maar het “echt zwart” krijgen zit vooral in hoe je met afstand en licht werkt.

Mijn belangrijkste regels:

  • Zet je model los van de achtergrond (liefst 1,5 tot 2,5 meter).
  • Zorg dat je flitslicht vooral op je model valt en zo min mogelijk op de achtergrond.
  • Gebruik een lagere ISO zodat omgevingslicht minder invloed heeft.

Waarom die afstand zo belangrijk is? Omdat licht snel afneemt naarmate je verder van de bron komt. Dus als je het licht op je model perfect hebt, kan die achtergrond vanzelf lekker donker wegvallen. (En dat ziet er meteen veel professioneler uit.)

💡 Tip: Zie je toch nog grijs in je achtergrond? Zet je model een stukje verder naar voren, of draai je softbox iets meer van de achtergrond af. Een kleine verandering kan al een wereld van verschil maken.


Stap 2: één flitser, één softbox – maar wáár zet je ’m dan?

Dit is het moment waarop studiofotografie “klikt”. Want de sfeer van je portret komt voor 80% uit de plaatsing van je licht. Niet uit dure spullen.

Mijn basisopstelling (waar ik bijna altijd mee begin):

  • Softbox op ongeveer 45 graden naast het model
  • Iets boven ooghoogte, licht schuin naar beneden gericht
  • Softbox relatief dichtbij (denk: 60-100 cm van het gezicht)

Waarom dichtbij? Omdat licht dan zachter wordt en je een mooie overgang krijgt van licht naar schaduw. Dát geeft die rustige, filmische look.

💡 Tip: Let op de “catchlight” (het lichtpuntje in de ogen). Dat is vaak je beste quick-check. Zit het lichtpuntje hoog en mooi? Dan zit je softbox meestal goed.


Stap 3: reflector – je geheime wapen (zeker bij portretten)

Ik ben echt fan van een reflector. Niet omdat het moet, maar omdat het zó lekker snel werkt. Je kunt er schaduwen mee verzachten, ogen iets meer laten sprankelen en het gezicht net wat vriendelijker maken – zonder dat je meteen een tweede lichtbron nodig hebt.

Zo gebruik ik ’m het vaakst:

  • Witte kant: zacht, natuurlijk, veilig (mijn favoriet)
  • Zilveren kant: meer punch, meer glans (kan ook snel te hard worden)
  • Gouden kant: warme look (heel mooi, maar doseer ’m subtiel)

Ik zet de reflector meestal aan de schaduwkant, net buiten beeld. Soms laat ik hem zelfs door mijn model vasthouden (zeker bij een kind: dan voelt het niet zo “studio-achtig” en blijft het luchtig).

💡 Tip: Staat je reflector te dicht bij het gezicht? Dan wordt het snel vlak. Zet ’m liever iets verder weg en laat hem “een klein beetje helpen” in plaats van alles weg te poetsen.


Stap 4: mijn instellingen (en waarom ik daar bijna altijd op uitkom)

Bij flitsfotografie wil je vooral controle. Daarom werk ik bijna altijd in de M-stand.

Een fijne start-set (waarmee je bijna altijd goed zit):

  • ISO: 100 - 400
  • Sluitertijd: 1/160s tot 1/200s (veilig onder je flitssync)
  • Diafragma: f/2.8 tot f/4 (portret), of f/5.6 (als je extra scherpte wilt)

Daarna stel ik de flitskracht af tot de belichting klopt. Ik begin vaak rond 1/32 of 1/16 en ga dan omhoog/omlaag afhankelijk van afstand en gewenste sfeer.

💡 Tip: Wil je een donkerder, meer “moody” portret? Maak je flits niet meteen zwakker. Probeer eerst: softbox iets verder weg of een klein beetje draaien. Lichtvorm is sfeer.


Stap 5: het verschil tussen “mooi” licht en “wow” licht (kleine shifts!)

Nu komt het leuke gedeelte. Als de basis staat, ga ik spelen. En dat hoeft niet groot. Soms is het letterlijk 10 centimeter schuiven.

3 simpele variaties die je direct kunt proberen:

1) Rembrandt-licht (klassieker)

Zet het licht iets meer opzij, zodat er aan de schaduwkant een klein driehoekje licht onder het oog ontstaat. Dat geeft meteen diepte en karakter.

2) Split light (stoerder, dramatischer)

Zet het licht bijna volledig van opzij. Dan is één helft van het gezicht licht, de andere helft schaduw. Super tof als je een wat krachtiger portret wilt.

3) Back/side light (randlicht)

Zet het licht iets meer naar achteren en laat het langs het haar strijken. Dat geeft een prachtige glow en scheiding met de achtergrond.

Daniek

💡 Tip: Bij randlicht: let op dat je niet te veel licht op de neus of wangen “blaast”. Als dat gebeurt, draai je softbox een paar graden terug richting camera.


Poseren (zonder dat het geforceerd voelt)

Dit is zó belangrijk, zeker bij een persoonlijke shoot. Ik wil geen “poseer-les” geven. Ik wil een echte lach, een echte blik, iets dat klopt.

Dingen die bij ons goed werken (en bijna altijd ontspannen ogen):

  • Laat iemand iets doen: handen in de mouwen, haar naar achter, kin iets naar voren
  • Werk met mini-opdrachtjes: “kijk even langs me heen”, “denk aan iets grappigs”
  • Praat door: stilte maakt mensen vaak onzeker (zeker kinderen)
  • Laat ze bewegen: klein stapje, schouder iets draaien, hoofd mee

💡 Tip: De beste glimlach komt vaak nét na de foto. Dus blijf klikken in bursts van 2-3 beelden. Vaak zit die perfecte blik er ineens tussen.


Lenskeuze in de praktijk: waarom 70-200mm zo lekker werkt

Ik vind de 70-200mm in de studio heerlijk omdat je super makkelijk kunt variëren in sfeer:

  • 70-100mm: iets meer omgeving, iets speelser
  • 135-200mm: rustig, flatterend, mooie compressie

En ook fijn: je blijft iets verder weg van je model. Dat geeft ruimte en rust. Zeker bij iemand die niet dagelijks voor de camera staat, voelt dat vaak prettiger.

💡 Tip: Ga niet te wijd met portret. Dan krijg je sneller vervorming (neus iets groter, hoofd iets ronder). Voor “mooi portret” zit je vaak het lekkerst vanaf 85mm en hoger.


Tethered shooting: waarom ik dit zó fijn vind (en waarom je het minstens één keer moet proberen)

Ik heb deze shoot ook tethered gedaan: camera direct gekoppeld aan mijn MacBook. En eerlijk: als je het eenmaal gewend bent, wil je bijna niet meer terug.

Dit zijn de grootste voordelen:

  • Je ziet direct op groot scherm of je scherpte écht goed zit
  • Je ziet meteen plooien, haren, kleine dingetjes die je anders later pas ziet
  • Je model ziet soms even mee – dat geeft vertrouwen (“ohh wauw, die is mooi!”)
  • Je werkt rustiger, omdat je minder hoeft te twijfelen

💡 Tip: Zet je laptop zo neer dat jij snel kunt kijken, maar dat het je shoot niet onderbreekt. Ik kijk vaak na 3-5 foto’s even 5 seconden, en dan weer door. Ritme vasthouden.


Leuke ideeën om uit te proberen (als je set-up toch al staat)

Als alles eenmaal staat, is dit het leukste: kleine experimenten die je beeld meteen een andere vibe geven. Een paar favorieten:

  • Schaduw “snijden”: houd iets tussen licht en model (bijv. een stuk karton) om een strook schaduw te maken over het gezicht
  • Reflector laag onder het gezicht: geeft een zachte beauty-fill (heel mooi bij ogen)
  • Zwart-wit serie: als je licht goed staat, knalt zwart-wit vaak echt extra hard

Daniek

💡 Tip: Probeer ook eens: “kijk naar je schouder en lach heel zacht” – dat levert vaak een super oprechte blik op, zonder dat het gemaakt voelt.


Veelvoorkomende problemen (en snelle fixes)

  • Achtergrond is grijs i.p.v. zwart → model verder naar voren, softbox draaien, ISO omlaag
  • Schaduwen zijn te hard → softbox dichterbij of reflector (witte kant) erbij
  • Ogen missen “leven” → softbox iets hoger/lager of reflector dichterbij (maar niet te vlak)
  • Huid glimt → licht iets meer van opzij en eventueel zacht matteren (of heel subtiel poeder)
  • Niet scherp → eye-AF, sluitertijd niet te laag, en check op groot scherm (tether!)

Daniek

Tot slot: studio is geen “perfectie” – het is spelen met licht

Wat ik zo leuk vind aan studio/portret fotografie: je bouwt iets op. Je zet licht neer, je ziet het effect, je stuurt bij, en ineens is daar zo’n moment waarop alles klopt. Niet omdat het technisch perfect moet zijn, maar omdat het gevoel goed is.

En bij een persoonlijke shoot is dat misschien nog wel het belangrijkste: dat het niet alleen mooie foto’s oplevert, maar ook gewoon een fijne herinnering. Samen lachen, even gek doen, tussendoor kijken op het scherm, en dan weer door.

Als je één ding uit deze blog meeneemt, laat het dan dit zijn: begin simpel. Één licht, één reflector, rustige achtergrond. En dan pas spelen. Dan leer je zó veel sneller wat licht doet – en ga je vanzelf jouw eigen stijl ontwikkelen.

Daniek

Heb je vragen over flitsinstellingen, lichtplaatsing of hoe je dit thuis in een kleine ruimte voor elkaar krijgt? Laat het me weten – ik denk graag met je mee!

Reacties

2 reacties

Deel wat je opviel, wat je hebt geleerd of wat jij zelf zou willen proberen.

  • Shannon Hendriks

    Waardevolle informatie, erg motiverend om zelf er ook mee te beginnen. Heel overzichtelijk!

    Mark Mooibroek

    Wat leuk om te lezen Shannon, dankjewel! 😀